Alsof we ons nog in de middeleeuwen bevonden
Het regende. Want
het regent hier voortdurend. Het was een onvervalste stortbui. Dit
was alweer de derde keer deze week dat ik tot op het bot nat regende.
Op zich is dat tot daaraan toe, maar het besef dat er mensen zijn in
de stad die het beter voor elkaar hebben is hemeltergend. Ik weet dat
er op dit moment mensen zijn die lekker warm tegen elkaar aan liggen
in bed. In mijn fantasie gaat het altijd om een lesbisch stel.
We stonden te
wachten voor het stoplicht op de kruising van de Mathenesserlaan met
de Nieuwe Binnenweg.
'Kijk nou wat die
meneer doet,' zei mijn oudste dochter.
We zagen Jules
Deelder water hozen van zijn balkon op de eerste verdieping. De volle
emmers kieperde hij over het balkon op het trottoir. Onverstoorbaar
en uiteraard strak in het pak.
Het beeld had iets
cartoonesk. Alsof we ons nog in de middeleeuwen bevonden. Dan was de
kans overigens reëel dat er in die emmer geen water maar
poep hadgezeten.
'Die meneer is
dichter,' zei ik.
'Wat heeft dat er
nou mee te maken?' vroeg mijn dochter. Daar had ze een punt. Dichters
zijn ook maar gewone mensen die zich er zo goed als het gaat doorheen
proberen te slaan. Het verhevene is slechts een label dat er door de
buitenwereld wordt opgeplakt. Want laten we eerlijk zijn: een niet
onaanzienlijk gedeelte van die dichters houdt zelfs van voetbal, hoe
alledaags wil je het hebben?
Dat 'gewone'
gecombineerd met voetbal wordt overigens geestig verwoord in een
gedicht van C. Buddingh'.
Zo zijn onze
manieren
op dfc-reünies
hoor je altijd
veel sterke verhalen
maar zelden zo
sterk en frappant
als dit jaar van
leo van bruggen
hij (leo) zat op
het gymnasium
toen zijn leraar
nederlands over
moderne poëzie
kwam te praten
en een aantal
namen noemde
waaronder ook de
naam 'buddingh'
'buddingh', zei
leo, die ken ik wel:
die zit altijd
elke zondag
bij ons op dfc'.
waarop de leraar
sprak: 'jongen,
ga jij de klas
maar uit!'
Reacties
Een reactie posten