Posts

Posts uit januari, 2018 tonen

Met twinkelende pretoogjes

Ik haalde mijn fiets van het slot en zag dat er iemand met een scherp voorwerp allemaal kleine gaatjes in mijn zadel had geprikt. Lompe actie, vond ik, maar het zadel was nog in prima staat om te gebruiken, dus ik haalde mijn spreekwoordelijke schouders op. Tot ik daadwerkelijk op het zadel ging zitten, toen begreep ik de cartooneske slechtheid van de actie. Het nu door de spleetjes zichtbare schuimrubber had al het regenwater opgezogen, waardoor ik de rest van de middag rondliep met een nat achterwerk. Het vandalisme was natuurlijk gepleegd door een licht dementerend opaatje. Met kinderlijk genoegen. Hij was vast ontsnapt uit het verzorgingstehuis aan de overkant. Onder zijn lange regenjas hield hij al die tijd zijn zakmes verborgen. Een oud zakmes, dat hij nog als kind van zijn vader had gekregen, maar met een geslepen lemmet. Verdekt opgesteld achter een boom zou hij toekijken met twinkelende pretoogjes welk effect zijn actie zou hebben. Ik kon bijna zijn duivelse lach horen: ...

Eén worden met Elvis

Het leven is bedenken wat je in de avond gaat eten tot het moment dat je dood neervalt. Het verzinnen van avondeten is voor mij een obsessie, die dikwijls mijn hele dag overschaduwd. Als kind had ik een andere obsessie, namelijk Elvis Presley. Vanaf de eerste keer dat ik bewust Blue Suede Shoes hoorde – ik was nog een kleuter – was ik verkocht. Ik begon alles te verzamelen van the king. Die liefde is nooit overgegaan, hooguit iets minder dwangmatig geworden. Tot op de dag van vandaag kan ik nog al zijn liedjes uit mijn hoofd (mee)zingen. Ook wat betreft weetjes over Elvis ben ik een wandelende encyclopedie. Zo was hij geen liefhebber van de schemer. Als kind wilde ik zo dicht mogelijk bij Elvis staan. Het liefst wilde ik een onderdeel van zijn leven worden, wat vrij lastig was, gezien het feit dat hij al was overleden. Als tienjarige overwoog ik zelfs serieus om mijn haar net zo zwart te verven als het zijne. Ik troostte me met het idee dat we gezamenlijk één jaar en negen maan...

De Kuip swaffelen

In 2020 bestaat Pinkpop vijftig jaar, maar ik draag nog regelmatig het T-shirt van hun vijfentwintigjarig bestaan. En dat is niet eens het oudste T-shirt dat ik bezit. Ik heb er ook nog eentje van Harley Davidson dat ik op mijn tiende via de Wehkamp had besteld. Zo stoer als ik toen was, zal ik nooit meer worden. If it's not broke, don't fix it , is het adagium hier. Zo denk ik over veel dingen in het leven en dus ook over de badkamer, maar toen er een lekkage dwars door het plafond ontstond, waardoor de badkamervloer er toch uit moest, greep ik die catastrofe aan om tevens de oude meuk te vervangen voor nieuwe meuk. Ik ging naar een badkamerboer op Zuid. Om preciezer te zijn: vlakbij de Kuip. Dat stadion was het enige schone dat ik zag. Verder werd het uitzicht bepaald door Shell, MacDonalds en KFC. De slotregels uit het gedicht Burger King van Menno Wigman schoten me te binnen: '[…] dat alles wat zo laag/en lelijk is zo sterk en stevig staat.' Ik stapte de...

Je zou om minder je vertrouwen in de mensheid verliezen

Ik keek naar een Amerikaanse misdaadserie, waarin een scène voorbijkwam (spoiler alert) met een opgetrommelde chirurg die een kogel uit de rechterlong van een topcrimineel moest verwijderen. Om het extra spannend te maken kon die kogel ook nog ieder moment ontploffen. Er zijn mensen op deze aarde die kogels hebben ontworpen die niet bedoeld zijn om iemand te doden, maar om zoveel mogelijk schade aan te richten. De gedachte hierachter is dat een dode soldaat zo opgeruimd is en verder geen last bezorgt, waardoor de andere soldaten vrolijk verder kunnen oorlog voeren, terwijl een gewonde soldaat voor ongemak zorgt, veel meer tijd, energie en – belangrijker – geld kost, en dat kun je je dus niet te vaak veroorloven wil je een oorlog winnen. Je zou om minder je geloof in de mensheid verliezen. Bijvoorbeeld door thuis te komen en je partner met een ander in bed aan te treffen. Het is nu te makkelijk om te wijzen op bijvoorbeeld Mark C. Robinson. Ook al is hij de bedenker van de Wal...

Verboden te vallen

Ik werd streng aangesproken door iemand van de organisatie: 'Ben jij door de artiesteningang naar binnen gekomen? Had jij aangebeld?' 'Er was mij gemaild dat ik me hier moest melden,' zei ik. 'Ik kom voordragen op het Welkom Hier-festival.' 'Wat is je naam?' 'Daniël' 'En je voornaam?' Het schoot even door me heen om een nieuwe voornaam te verzinnen. Maar ik kon zo snel geen gave verzinnen. Willem of Vincent, verder kwam ik niet. Ik werd naar iemand anders van de organisatie gebracht. Zij keek op haar papieren, vond mijn naam niet, belde iemand en gaf mij toen toch een paars armbandje en weer iemand anders van de organisatie bracht mij naar een kleine kleedkamer. Na een onbepaalde tijd kwam iemand van de organisatie mij halen en vertelde dat ik in de kleine zaal moest zijn. Ik mocht backstage blijven tot ik gehaald werd of in de zaal gaan zitten. Ik koos voor het laatste. Ik zat nog maar net in de zaal of ik werd ...

De ultieme verlummeling van vrije tijd

Al sinds jaar en dag heb ik een lijstje met activiteiten die ik ook graag zou willen doen/leren, maar waar ik nooit echt aan toekom. Een dag heeft maar vierentwintig uur en er is maar zoveel dat ik in die tijd kan doen. Na het geld verdienen, voor de kinderen zorgen en opruimen, heb ik vaak alleen nog maar de puf om Netflix aan te zetten. En dat is maar half zo leuk als 'Netflix and chill', doch dit terzijde. Op dat lijstje staat onder andere 'Naar buiten gaan'. Ik kom zelden buiten. Ik heb er niets te zoeken, zeker niet als de zon niet schijnt. Ook staat er 'Frans leren' op. Daar ben ik zelfs nog nooit aan begonnen, merde nog aan toe. Idem voor het puntje 'De Franse keuken', al heb ik het wijnproeven aardig onder de knie. Nog niet zo lang geleden had ik ineens de ingenieuze ingeving om niet langer naar dat lijstje te kijken met het idee van 'moeten' en 'willen', maar met het idee van 'mogen'. En dat werkt. Zo mocht ik v...

Lijstjes

Ik lag in bed, omdat ik wil dat dit verhaal zich ergens afspeelt. Ik had ook in het zwembad kunnen liggen, maar dan had ik naar de kast moeten lopen, mijn zwembroek moeten zoeken, mijn teennagels moeten knippen, op de fiets moeten stappen en naar het sportfondsenbad moeten fietsen en dat was me iets te veel gedoe. Ik lag dus in bed en het was midden op de dag. Ik ben heel goed in bedliggen tijdens de middag, vooral als ik van alles moet doen. Ik keek naar een smetteloos witte muur. Tot voor kort wemelde het op die muur nog van de zwarte vlekjes. Die vlekjes waren muggen die ik door de jaren heen eigenhandig, of – wat vaker voorkwam – met het boek dat ik op dat moment aan het lezen was, had doodgeslagen. Onlangs had ik echter het lumineuze idee om een potje Tipp-Ex te kopen en die vlekjes over te stippen en dat werkte wonderwel. Het aangename van niets doen of van geestdodend werk – zoals bijvoorbeeld achter de lopende band staan – is dat je je geest de vrije loop kunt laten gaan...

Zij verzint liever haar eigen moppen

Aan de eettafel zat een vreemd kindje. Of, nou ja, niet vreemd, maar een kindje dat niet van mij was. Ik kende haar natuurlijk wel, al jaren, als het vriendinnetje van mijn oudste dochter. Op het menu stond falafel, dus op tafel stonden kommetjes met groente, liflafjes, uiteraard falafel en pitabroodjes. Het eten verdween rap in die hongerige mondjes. Het verbaast me elke keer weer hoeveel er in van die kleine lijfjes gestouwd kan worden. Ik begon me zelfs zorgen te maken of er wel genoeg eten was voor iedereen. Om de kinderen niet te kort te doen – zij zijn tenslotte de nieuwe leiders van de wereld en ik zal tegen die tijd door hen verzorgd moeten worden – hield ik het bij slechts één broodje falafel, in het volle besef dat dat niet voldoende voor mij zou zijn. Soms denk ik dat ik in een vorig leven een hongersnood heb meegemaakt. Hoe zou ik anders die onstilbare honger bij mezelf moeten verklaren? In de tussentijd tapten de meiden moppen. Onschuldige mopjes die ik herk...

Niets staat je goed

Vaak stel ik me voor dat ik iemand anders ben. Zoveel levens die ik nooit zal leiden. Afgelopen nacht was ik een student, iets te lang, iets te mager en nogal slungelig qua motoriek, berucht om mijn onhandige uitspraken, maar met een goede inborst (ook weleens fijn voor de verandering). Op de soos, waar ik in het schemerige licht meters bier zat weg te happen, hoorde ik van Freek dat Martha weer vrijgezel was. Als ik ooit een kans had gehad, dan was het wel nu. En Martha, die zich niet veel later bij ons voegde aan de bar, vertelde dat haar poes ook nog eens was overleden. Ik kreeg het voor elkaar om geen dubbelzinnige opmerking te maken. In plaats daarvan probeerde ik haar te troosten door haar te wijzen op al het geld dat ze over zou houden nu ze geen voer en geen kattengrit meer hoefde te kopen. Toch zei Martha na een tijdje of ik misschien zin had om te dansen en ik zei: 'Ik ben niet dronken genoeg om met jou te dansen.' Wat ik bedoelde te zeggen was dat ik nooit...

Date

'Toen we elkaar voor het eerst bij de bar ontmoetten, had ik niet het idee dat er een lange stilte is gevallen. We hebben gepraat over wat voor werk we doen en waar we wonen. Er kwamen gelijk vragen naar elkaar toe.' [...] 'Hoe open ik mezelf heb open gesteld. Ik was precies hoe ik ben en wat ik ben. Ik heb niks geacteerd of whatever.' [...] 'Ik ben niet iemand van de vooroordelen, die iemand snel afwijst of een oordeel of een mening over iemand heeft, maar toch zie je heel erg dat je dat als mens zijnde binnen één seconde hebt. En daar doe je niet zo heel veel aan. Je hebt een aantrekkingskracht bij iemand of je hebt het niet.' [...] 'Ik hoorde hem de trap oplopen, ik keek om en ik dacht: 'Dat is niet helemaal wat ik bedoelde, qua mijn type'. Ik stond er wel oprecht open voor. Ik zag mezelf afkeurend kijken en dacht: 'Wauw Sanne,' maar dat zit in een mens, daar doe je niet heel veel aan. Ik vind het wel heel erg.' [....

Mop

'Je haar is anders,' zegt mijn psycholoog. We zitten elk in een identiek beige fauteuil. Ze kijkt op van haar aantekeningen. 'Ik heb het in een staart gedaan,' antwoord ik. 'Wat is daar de reden van?' vraagt ze. Gelijk ben ik op mijn hoede. Wat denkt ze te ontrafelen met die vraag? Wat zegt een staart over mijn diepste zielenroerselen en ben ik bereid die met haar te delen? 'Ik werd gek van heel de tijd al die haren in mijn gezicht.' Ik staar naar de vitrages voor het raam. Het zou gênant zijn als ik om zo'n vraag in tranen uit zou barsten. Ze kent al de reden van mijn lange haren, hoe ik tijdens mijn diepste depressie niet de energie had om het af te knippen en hoe ik er voor de buitenwereld een verhaal van had gemaakt: 'Het kan nog eenmaal, ik ben tenslotte veertig plus. Mijn inhammen zijn erg diep. Over een paar jaar ben ik waarschijnlijk helemaal kaal. Ach, hoe ouder hoe gekker.' De vitrages hebben verschillende patronen...

Alsof we ons nog in de middeleeuwen bevonden

Het regende. Want het regent hier voortdurend. Het was een onvervalste stortbui. Dit was alweer de derde keer deze week dat ik tot op het bot nat regende. Op zich is dat tot daaraan toe, maar het besef dat er mensen zijn in de stad die het beter voor elkaar hebben is hemeltergend. Ik weet dat er op dit moment mensen zijn die lekker warm tegen elkaar aan liggen in bed. In mijn fantasie gaat het altijd om een lesbisch stel. We stonden te wachten voor het stoplicht op de kruising van de Mathenesserlaan met de Nieuwe Binnenweg. 'Kijk nou wat die meneer doet,' zei mijn oudste dochter. We zagen Jules Deelder water hozen van zijn balkon op de eerste verdieping. De volle emmers kieperde hij over het balkon op het trottoir. Onverstoorbaar en uiteraard strak in het pak. Het beeld had iets cartoonesk. Alsof we ons nog in de middeleeuwen bevonden. Dan was de kans overigens reëel dat er in die emmer geen water maar poep hadgezeten. 'Die meneer is dichter,' zei ik. ...

Heb je het niet naar je zin?

De muziek stopte abrupt. De lichten floepten aan. En iedereen keek naar mij. Bleke, bezwete gezichten. Uitdrukkingsloos. Of zag ik een grimmige trek van irritatie op de gezichten van het publiek? Ook Martha keek – eindelijk – naar mij. In het kille tl-licht zag ze er minder florissant uit dan toen ze nog aan het dansen was, maar nog altijd beter dan de rest van de zaal. Waarom gingen de lichten eigenlijk zo plotseling aan? Het was toch nog lang geen sluitingstijd? 'Heb je het niet naar je zin?' vroeg de vrouw in de gele strapless jurk die op dat moment het dichtst bij me stond. 'Je mag wel lachen hoor. Dans toch met ons mee.' Tot die tijd stond ik inderdaad slechts langs de kant en observeerde de dansvreugde. Verder dan wat ritmisch geknik kwam ik niet. 'Spelbederver. Partypooper. Stijve hark. Lamlul,' werd er vanuit het stilstaande publiek geroepen. 'Zo is hij altijd geweest,' zei de vrouw naast haar. Ik herkende haar ineens als mijn vr...