Verboden te vallen
Ik werd streng aangesproken door iemand
van de organisatie: 'Ben jij door de artiesteningang naar binnen
gekomen? Had jij aangebeld?'
'Er was mij gemaild dat ik me hier
moest melden,' zei ik. 'Ik kom voordragen op het Welkom
Hier-festival.'
'Wat is je naam?'
'Daniël'
'En je voornaam?'
Het schoot even door me heen om een
nieuwe voornaam te verzinnen. Maar ik kon zo snel geen gave
verzinnen. Willem of Vincent, verder kwam ik niet.
Ik werd naar iemand anders van de
organisatie gebracht. Zij keek op haar papieren, vond mijn naam niet,
belde iemand en gaf mij toen toch een paars armbandje en weer iemand
anders van de organisatie bracht mij naar een kleine kleedkamer.
Na een onbepaalde tijd kwam iemand van
de organisatie mij halen en vertelde dat ik in de kleine zaal moest
zijn. Ik mocht backstage blijven tot ik gehaald werd of in de zaal
gaan zitten. Ik koos voor het laatste.
Ik zat nog maar net in de zaal of ik
werd al aangekondigd. Er werd over mij gezegd dat ik bijzonder veel
in België heb opgetreden. Dat was mij niet bekend. Ik werd gewoon
jaloers op mezelf. Ik vroeg me af hoe ze aan die informatie kwamen.
Op het podium realiseerde ik me dat ik
eigenlijk niet wist hoe lang ik mocht voordragen.
'Hoelang heb ik eigenlijk?' vroeg ik
aan niemand in het bijzonder in het publiek.
Ik zag een man in het publiek vijf
vingers in de lucht steken.
'Heb ik vijf minuten?' zei ik. 'Dan
lees ik vijf gedichten.' Pas na afloop bedacht ik me dat die man net
zo goed naar iemand gezwaaid had kunnen hebben.
Na mijn voordracht kondigde de
presentatrice mij af met de woorden: 'Bij het laatste gedicht werd er
tenminste gelachen. Dus dat gedicht ging goed.'
In de foyer sprak een vrouw me aan:
'Leuk, spelen met taal.'
In de Maastunnel – weer op weg naar
huis – zag ik een sticker op de roltrap van een nagemaakt
verbodsbord met een vallend mannetje. Verboden te vallen. Dat valt me
zwaar.
Reacties
Een reactie posten