Niets staat je goed
Vaak stel ik me voor dat ik iemand
anders ben. Zoveel levens die ik nooit zal leiden. Afgelopen nacht
was ik een student, iets te lang, iets te mager en nogal slungelig
qua motoriek, berucht om mijn onhandige uitspraken, maar met een
goede inborst (ook weleens fijn voor de verandering).
Op de soos, waar ik in het schemerige
licht meters bier zat weg te happen, hoorde ik van Freek dat Martha
weer vrijgezel was. Als ik ooit een kans had gehad, dan was het wel
nu.
En Martha, die zich niet veel later bij
ons voegde aan de bar, vertelde dat haar poes ook nog eens was
overleden. Ik kreeg het voor elkaar om geen dubbelzinnige opmerking
te maken. In plaats daarvan probeerde ik haar te troosten door haar
te wijzen op al het geld dat ze over zou houden nu ze geen voer en
geen kattengrit meer hoefde te kopen.
Toch zei Martha na een tijdje of ik
misschien zin had om te dansen en ik zei: 'Ik ben niet dronken genoeg
om met jou te dansen.' Wat ik bedoelde te zeggen was dat ik nooit in
nuchtere toestand de dansvloer opga.
Ze vroeg ook nog wat ik van haar nieuwe
jurk vond en ik kreeg het voor elkaar om te zeggen: 'Niets staat je
goed.' Waarmee ik eigenlijk een brutaal grapje wilde maken, een
knipoog naar het gegeven dat ze naakt waarschijnlijk op haar mooist
is.
Martha ging niet met me mee naar huis.
Daar was geen sprake van en ik durfde het niet te vragen.
De rest van de nacht vroeg ik me in bed
af hoe ik het ooit weer recht zou kunnen zetten. Zelfs in mijn eigen
fantasietjes delf ik het onderspit. Mijn geknies vermaalde de nacht
tot het bleke licht van weer een vermoeiende dag zich aandiende. Een
dag waarin de kaarten weer onherroepelijk geschud waren, waarin ik
gewoon weer een veertigplusser was, waarin ik nooit meer een frisse
toekomst voor de boeg had.
Reacties
Een reactie posten