Heb je het niet naar je zin?
De muziek stopte
abrupt. De lichten floepten aan. En iedereen keek naar mij. Bleke,
bezwete gezichten. Uitdrukkingsloos. Of zag ik een grimmige trek van
irritatie op de gezichten van het publiek? Ook Martha keek –
eindelijk – naar mij. In het kille tl-licht zag ze er minder
florissant uit dan toen ze nog aan het dansen was, maar nog altijd
beter dan de rest van de zaal.
Waarom gingen de
lichten eigenlijk zo plotseling aan? Het was toch nog lang geen
sluitingstijd?
'Heb je het niet
naar je zin?' vroeg de vrouw in de gele strapless jurk die op dat
moment het dichtst bij me stond. 'Je mag wel lachen hoor. Dans toch
met ons mee.'
Tot die tijd stond
ik inderdaad slechts langs de kant en observeerde de dansvreugde.
Verder dan wat ritmisch geknik kwam ik niet.
'Spelbederver.
Partypooper. Stijve hark. Lamlul,' werd er vanuit het stilstaande
publiek geroepen.
'Zo is hij altijd
geweest,' zei de vrouw naast haar. Ik herkende haar ineens als mijn
vroegere basisschoollerares. 'Kwamen we terug van een schoolreisje,
doken alle kindjes onder de stoelen om de ouders te verrassen, bleef
hij gewoon stoïcijns zitten, alsof het hem niet aanging. Of als we
in de klas gingen zingen, gaf hij nooit een kick.'
'Op het werk was
het precies eender,' zei de man daar weer naast. Ik herkende hem als
Van Alphen, de bedrijfsleider van de Bas van der Heiden waar ik als
tiener werkte. Hij droeg zoals altijd zijn goedkope bordeauxrode
confectiepak. 'Als op vrijdagavond het werk klaar was en ik er een
kratje bier bij trok, ging hij gelijk naar huis. Hij wist niet hoe
snel hij weg moest komen.'
'Ik ben ooit met
hem op Argentijnse tango gegaan,' zei het meisje waar ik in vervlogen
dagen smoorverliefd op was geweest. 'Na drie lessen gaf hij het op.
Hij ging er niet meer naartoe. Met geen tien paarden kon ik hem zover
krijgen.'
Dat was vooral
omdat de dansdocente mij telkens gebruikte als voorbeeld van hoe het
niet moest. Ik voelde me vernederd en was daar inderdaad klaar mee.
'Nu is het niet
anders hoor,' zei mijn eigen vrouw, die er dus blijkbaar ook was. 'Ik
vroeg hem een nieuwe douche te installeren, maar halverwege stopte
hij er mee. Vertikte het om er nog verder aan te werken.'
Dat was vooral
haar eigen schuld. Telkens kwam ze weer met aanpassingen. Ik kon er
niet meer tegen. Nooit deed ik het goed. Knettergek werd ik ervan.
Alle plezier van het verbouwen was verdwenen.
'Geen enkele
studie afgemaakt. Geen enkele baan weten te behouden. Geen enkel
project met succes weten af te ronden,' riep een onbekende uit de
groep.
Martha keek
beduusd naar de grond en schudde haar hoofd. Ik had het bij haar
verbruid.
'Als ik jou was,
zou ik nu maar vrolijk meedoen. Dansen zul je,' zei Van Alphen. Aan
zijn blik zag ik dat het menens was, 'anders breek ik allebei je
benen.'
Het buurthuis leek
ineens heel klein en heel benauwd. Ik voelde het plafond op mijn
schouders drukken.
De lichten dimden
weer en de muziek sprong aan. Als een vogelverschrikker die probeert
niet om te vallen begon ik mijn benen te bewegen. Het was het beste
wat ik in huis had dat voor dansen kon doorgaan. Een voor een
begonnen de mensen in het zaaltje ook weer te dansen. Ik had al lang
gezien dat zich links van mij een nooduitgang bevond. Al schokkend
bewoog ik me ernaartoe. De dansende massa – zo soepel in de heupen
alsof ze nooit anders had gedaan – had inmiddels geen oog meer voor
mij. Zo discreet mogelijk voelde ik aan de klink. De deur zat
gelukkig niet op slot. Ik haalde eens diep adem, zwaaide de deur open
en stapte naar buiten. Zonder omkijken zette ik het meteen op een
rennen. Na tien minuten kwam ik in een park. Buiten adem verborg ik
me in de bosjes en bleef daar zitten. En dat is wat ik met mijn
verdere leven heb gedaan: vluchten en verbergen.
Reacties
Een reactie posten