O
De situatie is allerminst gunstig,
ondanks het milde zomerweer. Het terras bevindt zich namelijk in de
schaduw van het etablissement en het meubilair bestaat uit houten
krukken die verhinderen dat je lichaam kan ontspannen. Op groot
scherm wordt er achter me een of andere voetbalwedstrijd gekeken. Het
commentaar van de klandizie bestaat uit oorverdovend gejoel en gesis.
Naast me zit een man die bijna met pensioen gaat. Hij probeert een
praatje met me aan te knopen: 'Kijk jij ook voetbal?'
'Ja hoor,' zeg ik, 'vind ik heerlijk
ontspannen,' terwijl ik nog nooit van mijn leven een hele wedstrijd
heb uitgekeken.
Zo nu en dan blaast een briesje de
zweetlucht van de man naar mij toe. Ik moet me voortdurend vermannen
om niet te kokhalzen.
Het café profileert zich als biercafé
en heeft ruim twintig speciaalbiertjes op de tap, maar ik heb
eigenlijk alleen zin in verfrissende pils, wat ze dan weer niet
verkopen.
De serveerster is schitterend en de
enige reden waarom ik hier kom, maar ze ziet me niet staan, al wil ik
nog zo graag zo'n smerige IPA bestellen. Ze heeft ook vaste
verkering. Toch blijf ik zitten, ik houd de moed erin. Hoop heeft een
remmende werking op de vooruitgang. Gelukkig heb ik nog gewoon een
rechterhand en ik heb ook een linkerhand, al kan ik niet vliegen. Ik
ben in ieder geval niet bezweken aan dit leven, als je dit geknies
tenminste een leven kunt noemen.
Reacties
Een reactie posten