Vol overtuiging halfslachtig
Eind 2019 verscheen de dichtbundel vol
overtuiging halfslachtig van Hans van Willigenburg. Prachtig
vormgegeven door Pieter Kers zou ik daaraan willen toevoegen. Die
gebeurtenis zal de meeste mensen volkomen ontgaan zijn, niet in de
laatste plaats omdat de dichter in kwestie verzuimde om de bundel te
presenteren. Wat daar precies de reden van was – te veel gedoe? –
weet ik niet. Ik hoop maar dat het niet uit valse bescheidenheid was.
Hans van Willigenburg is misschien wel
de meest onderschatte dichter van Nederland. Die kwalificatie is
natuurlijk altijd verre te verkiezen boven het predicaat 'de meest
overschatte dichter van Nederland', maar toch vind ik dat daar
verandering in moet komen, want Van Willigenburg heeft een geheel
eigen toon als dichter en alleen al daarom verdient hij het om door
een groter publiek gelezen te worden.
En wat is nu precies die geheel eigen
toon? Dat is moeilijk om in een paar woorden te omschrijven. De meest
interessante dichters zijn nu eenmaal niet te plaatsen in een netjes
afgerasterd hokje. Als ik er toch een soundbite tegenaan moest
gooien, met het pistool op de borst, dan zou ik de gedichten van Van
Willigenburg omschrijven als opgeruimde, ongedwongen, zelfs
lichtelijk opgetogen verwondering. Begrijp me niet verkeerd, ik heb
het over de toon, niet over de inhoud. Klassieke thema's als liefde,
dood en lotsbestemming passeren de revue, al zijn die nu gesitueerd
in het hedendaagse, hyperwelvarende Westen. De uitwerking van die
thema's is hondseerlijk en daarom bij tijd en wijle loodzwaar en
lamlendig. Maar zelfs over de moeilijkste periodes of de meest
bloedeloze dagen weet Van Willigenburg zich te verbazen, al was het
maar om zijn eigen houding. De dichter houdt ons een nietsontziende
spiegel voor en kan er misschien zelf nog het hardst om lachen. De
opgeruimde toon die hij daarbij hanteert, werkt aanstekelijk voor de
lezer, als een soort tegengif – in ieder geval voor deze lezer. Na
lezing van vol overtuiging halfslachtig daalde er een soort
vrede op me neer en hield ik er een zekere acceptatie voor de
zinloosheid van alles aan over. Dat lijkt me toch wat waard. Alleen
al daarom zou iedereen die bundel moeten lezen.
Zoeken
Mijn dood komt dichterbij.
Elke dag.
Ik denk daar over na of ik wil of niet.
Ik loop steeds vaker door de bekende
straten in mijn buurt.
Ik kijk dan om me heen en zie naar mijn
beste weten niets wat ik niet al gezien heb.
Zo wen ik al lopend al een beetje aan
de toestand van dood zijn.
Als ik weer binnen ben en opwarm denk
ik ik ben weer iets meer gereed voor de kist.
Vraag me niet waarom maar het voelt
goed me erop voor te bereiden.
Morgen loop ik weer door de bekende
straten en meen opnieuw niets dan het bekende te zien.
Overmorgen ook.
Soms denk ik dat ik alvast zoek de
overtreffende trap van dood.
Zodat als de dood daadwerkelijk komt ik
'm voel naderen als een griepje.
Hans van Willigenburg
Bestel de bundel hier (doen hoor!).
Reacties
Een reactie posten