Geen verweer
Terwijl ik vanochtend vroeg naar de supermarkt liep,
fietste mijn oudste dochter van tien geconcentreerd voorbij.
Ze wil sinds kort graag alleen naar school toe. Ze zag me niet.
Het is nog maar acht jaar geleden dat ze 'Niet kika, toop!' riep.
Ik begreep dan dat ze 'Geen pindakaas, maar stroop!'
bedoelde. Als ik haar boterhammen dan plagerig net buiten
handbereik neerzette, werd ze witheet van frustratie:
'Papa helpen!' En nu fietst ze zelfstandig langs trambaan,
onoverzichtelijk kruispunt en toeterende lachgasdealers
in patserbakken. Opvoeden is loslaten, ik weet het,
maar toch werd ik week van binnen. Geen verweer.
Leven is eveneens loslaten. En ook daarvoor geldt:
geen verweer. Zo zag ik op Facebook dat je was gegaan.
Ik wist al dat je ziek was, maar toch... Ja, wat maar toch?
Hooguit twee maanden geleden had ik je nog aan de lijn.
Je klonk opgeruimd, optimistisch, hoopvol. En daar kwam
weer die ongerichte woede. Geen verweer. Een woede
op de absurde oneerlijkheid van het bestaan. Een woede
op alles en iedereen. Een woede gericht op mijn eigen naïviteit.
Natuurlijk weet ik dat iedereen sterfelijk is, maar ik ben er liever niet
mee bezig. Zo word ik iedere keer weer overvallen. Bestond god
maar, of in ieder geval mijn geloof in zo'n almachtig opperwezen,
dan kon ik mijn woede, grenzend aan razernij, op hem botvieren
en kon meneer pastoor of de dominee trachten de boel te sussen.
Reacties
Een reactie posten